August Verbeke

Interview met August Verbeke

Patrick Gillis

Dit najaar werd Gust 84 jaar. Maar dat leeftijd geen invloed heeft op zijn schaakprestaties, bewees zijn denderende start in de wintercompetitie. Een interview met een man die al 55 jaar deel uitmaakt van KSK Colle.

Dit najaar werd Gust 84 jaar. Maar dat leeftijd geen invloed heeft op zijn schaakprestaties, bewees zijn denderende start in de wintercompetitie. Hij behaalde een knappe 3 op 3 met mooie overwinningen tegen o.a. Tijs Elsen en Jan Bongaerts. Een interview met een man die al 55 jaar deel uitmaakt van KSK Colle.

Hoe heeft de schaakmicrobe je te pakken gekregen?

Mijn vader heeft me leren schaken. Zondagnamiddag speelde ik samen met mijn vader verschillende schaakpartijen. Na de schaakpartijen, kaartten we met de rest van het gezin. Dat was begin jaren '50. Ik heb dus op een relatief late leeftijd, ik was toen 25-26 jaar, leren schaken. Op dat vlak was ik een laatbloeier.

Uit welk nest kom je?

Ik had een zeer warme thuis. We waren met zes kinderen. Klassieke muziek was alomtegenwoordig in huis. Mijn vader was, naast bediende bij Scheerders-Vankerckhove, muziekleraar. Ikzelf heb nog altviool gespeeld. Mijn broer is beroepsmuzikant geworden. Hij is violist in Rotterdam.

Hoe ben je dan in de beenhouwersstiel terechtgekomen?

In 1940 brak de tweede wereldoorlog uit. Ik was toen 16 jaar en ik had me aangemeld bij de vakschool om een stiel te leren nl. draaier. Maar uiteindelijk beviel de stiel van draaier me niet. Mijn vader vroeg me wat ik graag zou doen en ik antwoordde hem dat ik beenhouwer wou worden. En zo geschiedde.

Hoe ben je bij de schaakclub KSK Colle terecht gekomen?

Ik was eind jaren '50 beenhouwersknecht bij Fons De Bruyne. Op zondagmorgen moest ik bestellingen ronddragen en passeerde ik vaak langs café De Hoop op het Kardinaal Mercierplein. Donderdagavond en zondagmorgen waren de schaakmomenten van de club. Het fascineerde me enorm en op een dag trok ik mijn stoute schoenen aan en trok ik het café binnen.

Trad de club in die periode ook naar buiten?

Zeker. De club was niet zo groot, ik schat een 15-tal leden. Maar we hadden wel een sterke Interclubploeg. Ikzelf heb eind jaren '70 deelgenomen aan het Belgisch kampioenschap in Eupen. Daar ben ik 2de geëindigd in de 3de reeks.

Jij organiseerde ook verschillende activiteiten voor de schaakclub?

Ik was de voorzitter van het officieuze feestcomité. Wij hebben lange tijd een wandelclub gehad binnen de schaakclub. Wij organiseerden een 3-tal keren per jaar een wandeltocht. Op het hoogtepunt konden we zo'n 80-tal personen optrommelen voor zo'n activiteit.

Hoe waardeer je de huidige clubwerking?

Ik sta zeer positief over de huidige clubwerking. Een pluim naar de voorzitter en het bestuur die ervoor zorgen dat er elke donderdag een schaakactiviteit georganiseerd wordt. Ik beleef nog enorm veel plezier aan het schaken. Ik schaak wel snel, ik denk niet te veel na.

Zijn je schaakactiviteiten beperkt tot de wekelijkse clubavonden?

Neen. Vooreerst schaak ik om de twee weken met het Antwerps Handelsverbond. Verder speel ik regelmatig partijen na. Als ik in de krant of een magazine een schaakpartij tegenkom, speel ik die na.

Afsluitend, welk gevoel heb je als je terugkijkt op zo'n lange periode?

Een gevoel van tevredenheid. Ik heb veel meegemaakt. Ik heb hard gewerkt, heb een goeie schaakcarrière gekend. Ik schaak nog altijd heel graag. Ik mag mijn vrouw Simonne niet vergeten. We hebben een goed huwelijk, hebben altijd goed overeen gekomen. Verder ben ik optimistisch van aard, dat is volgens mij zeer belangrijk.

Een mooi slot van een goed gesprek met een monument uit de clubgeschiedenis.

Patrick Gillis