José, hoe heeft de schaakmicrobe jou te pakken gekregen?
Mijn zoon Marc heeft mij voor het eerst in contact gebracht met het schaken. Ik was al 34 jaar oud. Marc schaakte als kind met een buurjongen en hij wou mij het schaakspel aanleren. We kochten een bord en stukken aan, een eenvoudig schaakboek en we waren vertrokken. Snel bleek dat Marc, als 12-jarige jongen, meer talent had dan ik.
Hoe ben je dan in contact gekomen met de schaakclub?
Enkele jaren later, halfweg jaren '70, vroeg een andere buurman, Wilfried De Meulenaar, of Marc geen interesse had om zijn plaats in schaakclub Colle in te nemen. Wilfried was aan de competitie begonnen maar sukkelde met zijn gezondheid. Marc nam de plaats van Wilfried in.
Het jaar waarin Marc in 2de afdeling startte, heb ik mij aangemeld bij de schaakclub. Het clublokaal bevond zich toen in een zaaltje in de Stad Antwerpen. Ik werd op een zeer joviale manier ontvangen door Mr. Van Der Steen, de schoonvader van Gust Verbeke.
Wat beschouw je zelf als het hoogtepunt uit je schaakcarrière?
De kampioenstitel in derde klasse in mijn eerste seizoen. Een andere keer ben ik die kampioenstitel op een zeer domme manier kwijt gespeeld. In 1986 had ik nog een half punt nodig om kampioen te spelen. Wijlen Dolf Van Laere was mijn tegenstander. Ik wou hem 'opeten'. Maar dat draaide anders uit. Een les die ik nooit meer vergeet: nooit je tegenstander onderschatten.
Welk beroep heb je uitgeoefend?
Ik heb jarenlang in de brei- en textielsector gewerkt als mechanieker, grotendeels bij kousenfabrikant Verbreyt. In deze job werd ik ook vaak geconfronteerd met 'probleemstellingen'. Een kous kwam met een bepaalde fout uit de breimachine en dan moest ik achterhalen waar de fout lag.
Wat zijn je interesses buiten het schaken?
Als hobby heb ik jarenlang gewandeld en gefietst, maar door gezondheidsperikelen zijn deze fysieke inspanningen te moeilijk geworden. Momenteel houd ik me vooral bezig met mijn tuin. Dat is ook bijna een passie geworden.
Ik merk wel dat het schaken bepaalde ouderdomskwalen tijdelijk uitschakelt. Tijdens het schaken voel je geen pijn, kan je alledaagse beslommeringen opzij zetten. Het is trouwens goede hersengymnastiek.
Is de club veranderd in de periode 1975 tot nu?
Ik moet wel vaststellen dat het niveau van de club gestegen is. In de 3de afdeling waren schakers aanwezig waarbij je op voorhand wist dat je ervan ging winnen. Dat is nu minder het geval.
José meldt dat hij nog verschillende jaren wenst te genieten van het schaken. Wij delen deze wens en hopen dat hij nog jarenlang in onze club kan meedraaien. José, bedankt voor dit gesprek!
Patrick Gillis
