Leon Coppens

Interview met Leon Coppens

Patrick Gillis

Leon heeft onmiskenbaar zijn stempel gedrukt op onze schaakclub. Hij is bijna 25 jaar lang voorzitter geweest en heeft dit voorzitterschap gecombineerd met prachtige schaakprestaties.

Leon heeft onmiskenbaar zijn stempel gedrukt op onze schaakclub. Hij is bijna 25 jaar lang voorzitter geweest en heeft dit voorzitterschap gecombineerd met prachtige schaakprestaties. Op 74-jarige leeftijd is hij nog steeds actief in onze club en blijft hij een geducht tegenstander.

Hoe heeft de schaakmicrobe jou te pakken gekregen?

Ik ben tijdens mijn middelbare schooltijd, begin jaren '50, in contact gekomen met het schaken. Ik ging naar het atheneum en de turnleerkracht, Odilon Mets, gaf op de vrije donderdagnamiddag schaakonderricht. Zelf ben ik niet veel naar die schaaklessen geweest, ik had toen meer interesse voor het basket.

Een andere manier waarop ik in contact kwam met het schaken, was via de kranten. Mijn ouders hadden een café en via de kranten 'De Vooruit' en 'De Volksgazet' volgde ik het internationale schaakgebeuren.

In 1955 trok in naar de Rijksuniversiteit Gent om de studies Burgerlijk Ingenieur aan te vatten. In 1960 moest ik mijn legerdienst vervullen. In de kazerne heb ik regelmatig partijen gespeeld en kreeg ik de smaak pas echt goed te pakken.

Hoe verliep de eerste kennismaking met de club?

De club had toen eerder een gesloten karakter, er heerste een zekere bourgeois mentaliteit. Het toenmalige bestuur had zeker niet de ambitie om deuren en ramen open te stellen en nieuwkomers te ronselen. Die clubavond begon meestal met een paar spelletjes biljart, nadien werd er geschaakt.

Er waren bij onze intrede een twintigtal leden die onderverdeeld waren in twee afdelingen. De club had lange tijd geen of nauwelijks instroom gehad, waardoor onder andere het Interclubgebeuren een stille dood was gestorven. Wij hebben dit tornooi terug zuurstof kunnen geven.

Hoe ben je voorzitter geworden?

Ik ben secretaris geworden binnen het bestuur onder het voorzitterschap van de eerste voorzitter, Robert Pauwels. Op een gegeven moment werd ik een beetje gepusht om me als kandidaat-voorzitter te profileren. Eén jaar later, dat moet 1971 geweest zijn, stelde Robert zich niet langer kandidaat, waardoor ik voorzitter werd.

Hoe is de club geëvolueerd onder jouw voorzitterschap?

Ik kan stellen dat we een zeer goede periode gekend hebben. Op ons hoogtepunt hadden we zo een 60 leden. Af en toe kwamen groepjes nieuwe schakers zich aanbieden. Deze gaven de club telkens een nieuw elan.

Clubavonden liepen vaak uit tot half drie 's nachts. De partijen konden in principe tot 1 uur duren vanwege het speeltempo. Nadien werd er nog wat nagekaart. Er was alleszins veel animo.

Wat zijn jouw persoonlijke hoogtepunten als schaker?

Ik ben driemaal clubkampioen geweest (1971, 1976 en 1978). Ik ben ook verschillende malen als tweede geëindigd. Op een gegeven moment was ik toch vrij intensief met schaken bezig.

Er zijn toch een drietal partijen waar ik met enige fierheid op terugkijk. De eerste partij is een overwinning tegen Moeyersons, de toenmalige kampioen van België.

Wat zijn jouw grootste interesses buiten het schaken?

Sinds ik gepensioneerd ben werd ik een intensief tennisser. Verder woon ik graag jazzconcerten bij. Op dat vlak zijn we verwend in Sint-Niklaas door de aanwezigheid van VZW De Spiegel.

Zelf heb ik twee zonen. Mijn oudste zoon Philip leeft en werkt in Schotland. Mijn andere zoon Tom is vader van twee jongens, Daan en Arne. Het grootvaderschap eist ook wat tijd op.

Langs deze weg willen wij Leon een goed herstel toewensen. Hopelijk evolueert de gezondheid naar wens en kunnen we Leon binnenkort terug in de schaakclub verwelkomen.