Paul Sonnaert

Interview met Paul Sonnaert

Patrick Gillis

Paul is sinds 1976 een vaste waarde in onze schaakclub. Naast een passie voor het schaken, is Paul ook gebeten door klassieke muziek. Zo blijkt al snel uit het volgend gesprek.

Paul Sonnaert is sinds 1976 een vaste waarde in onze schaakclub. Naast een passie voor het schaken, is Paul ook gebeten door klassieke muziek. Zo blijkt al snel uit het volgend gesprek. Dit interview werd afgenomen op een zachte novemberavond op de 15de verdieping van het Koningin Fabiolapark.

Hoe heeft de schaakmicrobe jou te pakken gekregen?

Mijn vader heeft mij leren schaken. Ik kende uitsluitend de loop van de stukken en de meest noodzakelijke spelregels. Ik was een echte huis-, tuin- en keukenschaker. Tijdens mijn legertijd heb ik veel geschaakt, er waren toen wel wat vrije momenten. Ook op familiebijeenkomsten werd er geschaakt.

Hoe ben je in de schaakclub terecht gekomen?

Ik heb jarenlang een dameskapsalon gehad in de Ankerstraat. Zelf liet ik mijn haar knippen bij Leander (oud-lid Leander Van Gavere). Hij had een herenkapsalon achter de hoek, in de Klein-Hulststraat. Leander bracht op een gegeven moment de schaakclub ter sprake. In januari 1976 heb ik mij aangemeld bij onze schaakclub. Ik was ondertussen wel al 37 jaar, wat eigenlijk niet meer zo jong is voor het opstarten van een schaakcarrière.

Hoe verliep het eerste contact met de schaakclub?

Ik werd op een zeer joviale manier ontvangen door Dhr. Van der Steen (schoonvader van clublid Gust Verbeke). Hij verzorgde de public-relations van de club en stond in voor de opvang van de nieuwkomers. Ik herinner me nog dat Frans Van Mullem mijn allereerste tegenstander was. Ik heb enkele partijen tegen hem gespeeld die ik allemaal verloor.

Hoe is een geboren en getogen Bruggeling in Sint-Niklaas terecht gekomen?

Mijn vader was biersteker-likeurist in Brugge. Toen ik 11 jaar was, het was 1950, zijn wij van Brugge naar Mechelen verhuisd. In Brussel heb ik een kappersopleiding gevolgd aan het l'Institut des Arts et Métiers. Ik ben met Sint-Niklaas in contact gekomen door familie langs vaderszijde. Zij runden in de Stationsstraat van Sint-Niklaas een Bata-schoenwinkel.

Wat beschouw je als je persoonlijke hoogtepunten op schaakgebied?

Mijn eerste en enige kampioenstitel in de 3de reeks in 1978. Eén jaar na de kampioenstitel van Willy Colman in 3de afdeling. Het was mijn 2de volwaardige seizoen in de club en ik eindigde eerste in mijn reeks. Andere partijen waar ik graag op terugkijk, zijn bijvoorbeeld een simultaanpartij die ik afgewerkt heb tegen de kampioen van België in 1976.

Heb je nog andere interesses buiten het schaken?

Ik heb één grote passie, namelijk muziek. Ik speel piano en heb al verschillende pianocomposities geschreven. Deze composities heb ik samengebracht op 2 CD's, die hier in ons appartement zijn opgenomen. Mijn eerste compositie heb ik in 1965 geschreven. De grootste inspiratiebron is ongetwijfeld Beethoven. Ook de andere 'groten der aarde' zoals Bach, Mendelssohn, Mozart en Chopin boeien me enorm.

Verder ben ik grootvader van vier kleinkinderen. Emilie (14 jaar), Lars (11 jaar), Jelto (5 jaar) en Ziya (3 jaar). Voor elk kleinkind heb ik ook een compositie geschreven. Lars krijg ik af en toe aan het schaakbord.

Paul, bedankt voor dit gesprek. Langs deze weg drukken wij de wens uit dat je nog jarenlang mag genieten van al je boeiende bezigheden.